Stilletjes

‘Een kind verdrinkt stilletjes,’ las ik in de krant naar aanleiding van de verdrinking van een jongetje van vijf. Deze woorden raakten me. En ik moest denken aan een paar weken geleden.

Het was een prachtige dag, samen met mijn dochtertje ging ik naar de speeltuin. Een peuterspeelzaal vierde hun laatste dag voor de zomervakantie. Er was een zwembadje met laag water, waar veel kinderen van de peuterspeelzaal in zwommen. Ik zat bij het water en hield mijn dochtertje in de gaten. Het viel me op dat er opeens weinig ouders waren. De enige twee volwassenen die erbij waren, stonden met hun rug naar het water toe. Pas toen zag ik dat alle ouders van de peuterspeelzaal zich hadden verzameld in een grote groep. Ondertussen hield ik een stuk of 6 van hun kinderen in de gaten, sterker nog ik durfde mijn ogen niet zo goed van het water af te houden. Maar ik voelde ook een lichte irritatie omhoog komen, wat als ik hier niet stond en als het mis zou gaan? Niemand zou het doorhebben.

De bijeenkomst van de peuterspeelzaal was afgelopen. Ik vond dat ik er wel iets van moest zeggen. Ik haalde mijn dochter uit het water en liep naar één van de leidster. ‘Volgens mij stond er niemand van jullie bij het water om op te letten,’ zei ik netjes. De leidster keek me zelfverzekerd aan en zei vriendelijk: ‘Bedankt, maar een paar van onze ouders waren bij het water, hoor.’ Verbaasd droop ik af. Had ik het zo verkeerd gezien? Ik liep naar die twee volwassenen bij het water: ‘Horen jullie bij de peuterspeelzaal?’ Ze keken me raar aan. ‘Nee, hoezo?’                     En ik realiseerde me dat ik echt de enige was geweest.

Allemaal blije ouders van de peuterspeelzaal stonden weer bij het zwembad, genietend van hun kind. Volgens mij was het niemand opgevallen dat ze hun kind voor minstens 15 minuten alleen in het water hadden gelaten. Ik wilde iets tegen ze zeggen: Dat verdrinken zo snel kan gebeuren, hoe laag het water ook is. En dat je altijd voorzichtig moet zijn. Altijd. Maar ik hield mijn mond, bang dat ik veel te boos en verwijtend zou klinken.

Ik fietste naar huis en dacht aan een jaar geleden, hoe ik hoestend en proestend mijn eigen kind uit hetzelfde water heb getrokken omdat ik één minuut niet goed oplette. En eigenlijk, of misschien wel gelukkig, is bij mij de schrik nooit meer weggegaan. Want verdrinken gebeurd razend snel en stilletjes.

 

Kirsten

 

 

 

 

 

     
Ver. 1.3