Seksuele voorlichting

‘Mama, hoe komt er een kindje in jouw buik?’ vraagt mijn zoon van vier.

Ik ben zwanger en denk na. Moet ik dat nu vertellen, hier op de fiets? Mijn hoofd gaat razend snel en ik antwoord: ‘Het is een wonder.’ En ik vind dat ik niet gelogen heb, want het is een wonder. Mijn zoon luistert en vraagt niet door. Ik denk dat hij tevreden is.

Toch blijft deze vraag mij bezig houden, seksuele voorlichting aan kinderen, hoe doe je dat? En op welke leeftijd begin je hiermee?

Ik denk in ieder geval dat als je het op jonge leeftijd verteld, hij of zij er nog geen taboe van maakt en het als iets heel gewoons ziet, eigenlijk zoals alles. En dat vind ik mooi. Juist omdat er in deze wereld vaak zo raar met seksualiteit wordt omgegaan. Maar is seksuele voorlichting aan een vierjarige niet een beetje te enthousiast?

Ik weet nog goed dat ik zelf een jaar of acht was toen mijn ouders het vertelden. Met een piemel naar binnen? Ik kon me er al veel te veel bij voorstellen! En dat iedereen dat ook deed…

Acht jaar vind ik dus te laat. Maar wanneer dan wel? Ik laat het onderwerp voor nu even rusten en wacht tot hij iets ouder is.

Mijn zoon is ondertussen vijf jaar en ik vraag het aan de moeders om mij heen: ‘Hebben jullie al seksuele voorlichting gegeven?’ Ze kijken me aan of ik een beetje gek ben: ‘Zo jong? Natuurlijk niet!’ Maar ik vind het niet raar en koop een boek over seksuele voorlichting voor jonge kinderen. Toch schrik ik ook weer van deze openheid: porno, pijpen, alles wordt heel gewoon uitgelegd. Ik sla het boek dicht en verstop het in de boekenkast. En ik besluit weer te wachten en hoop dat er een teken van onze zoon komt.

Een half jaar later, zie ik dat een zwangerschapsboek die ik had klaargelegd voor een vriendin verdwenen is. Ik roep mijn zoon: ‘Weet jij waar mijn zwangerschapsboek is?’ Een beetje stuntelig haalt hij het boek ergens uit een hoekje en geeft het aan mij. Ik snap direct wat er aan de hand is en ik roep mijn man. Ik vind het namelijk mooier als mijn man het aan hem verteld. En samen gaan zij een kamer in. Ik hoor mijn man de vraag stellen: ‘Hoe zou het komen dat jij zoveel op mij lijkt?’ En hij legt heel simpel het vrijen uit.

Als ik ’s avonds aan mijn zoon vraag waarom hij het boek stiekem had gepakt en het niet gewoon aan mij had gevraagd, antwoordt hij. ‘Ik had het aan je gevraagd, maar je wist het niet. Niemand wist het…’ En ik zie aan zijn gezicht dat hij blij is dat hij het nu weet.

Een paar weken later zitten we weer op de fiets. ‘Mama’, vraagt mijn zoon. ‘Toen jullie gingen vrijen voor Zilver, zijn kleine zusje van 1 jaar, waar was ik toen? En mama, was ik er toen eigenlijk bij?’

‘Nee, daar was je niet bij,’ antwoord ik serieus. Maar in mijzelf moet ik ontzettend lachen: mijn missie is meer dan goed gelukt!

Kirsten

 

     
Ver. 1.3