Dom

Ik weet zeker dat degene die het woord dyslectisch heeft bedacht, zelf niet dyslectisch is.

Want als dyslect zou je nooit zo’n moeilijk woord gebruiken.

Ik weet niet of ik dyslectisch ben, maar om hier achter te komen Google ik soms dit woord; Dislecties of dyslektisch of dislekties of dyslecties? Pfff, gelukkig helpt Google mij dan.

Dit was vroeger niet zo. Niemand hielp mij.

Ik weet het nog goed: In groep 8 had ik donderdagochtend dictee. Iedere woensdagmiddag nam ik stiekem het moeilijke woordenschriftje van school mee. Ik stond donderdag, weer stiekem, heel vroeg op. Ik las alle woorden 2 keer heel aandachtig door en gelukkig hadden we dan direct om 9 uur dictee. Zodat ik alle woorden nog voor me zag. En een week later moest ik weer helemaal opnieuw beginnen. Best dom eigenlijk hè. Nou zo voelde ik me wel!

Of engels op de middelbare school, wat een ramp! Je wilt niet weten hoeveel uren ik besteed heb aan het leren, stampen en opschrijven van al die stomme woordjes. Ik moest bijna al mijn vrije tijd erin stoppen en wat kreeg ik voor een cijfer, hoogstens een 4 of 5, als ik geluk had.

Ik heb nog steeds, 21 jaar later, nachtmerries dat ik een engels examen heb. Maar in mijn dromen ben ik altijd vergeten ervoor te leren en dus val ik alsnog door de mand en komen ze er achter dat ik heel dom ben.

Zou ik dyslectisch zijn? Jaren geleden heb ik mijzelf alsnog deze label gegeven. Vooral als een soort pleister voor alle onzekerheid die ik als kind en puber op school voelde. En die pleister is fijn!!

Ook heb ik mijzelf verrast met een cursus prentenboeken schrijven. Ik!? Die als kind zo’n ongelovelijke, ik bedoel ongelooflijke, hekel had aan lezen! Maar ik vind schrijven leuk!

Maar soms ben ik nog steeds bang dat ik door de mand val en dat mensen er achter komen, hoe ongelooflijk dom ik eigenlijk ben. Hahaha stiekem mijn grootste monster!

Heerlijk om die te verslaan!

Kirsten

     
Ver. 1.3

Stilletjes

‘Een kind verdrinkt stilletjes,’ las ik in de krant naar aanleiding van de verdrinking van een jongetje van vijf. Deze woorden raakten me. En ik moest denken aan een paar weken geleden.

Het was een prachtige dag, samen met mijn dochtertje ging ik naar de speeltuin. Een peuterspeelzaal vierde hun laatste dag voor de zomervakantie. Er was een zwembadje met laag water, waar veel kinderen van de peuterspeelzaal in zwommen. Ik zat bij het water en hield mijn dochtertje in de gaten. Het viel me op dat er opeens weinig ouders waren. De enige twee volwassenen die erbij waren, stonden met hun rug naar het water toe. Pas toen zag ik dat alle ouders van de peuterspeelzaal zich hadden verzameld in een grote groep. Ondertussen hield ik een stuk of 6 van hun kinderen in de gaten, sterker nog ik durfde mijn ogen niet zo goed van het water af te houden. Maar ik voelde ook een lichte irritatie omhoog komen, wat als ik hier niet stond en als het mis zou gaan? Niemand zou het doorhebben.

De bijeenkomst van de peuterspeelzaal was afgelopen. Ik vond dat ik er wel iets van moest zeggen. Ik haalde mijn dochter uit het water en liep naar één van de leidster. ‘Volgens mij stond er niemand van jullie bij het water om op te letten,’ zei ik netjes. De leidster keek me zelfverzekerd aan en zei vriendelijk: ‘Bedankt, maar een paar van onze ouders waren bij het water, hoor.’ Verbaasd droop ik af. Had ik het zo verkeerd gezien? Ik liep naar die twee volwassenen bij het water: ‘Horen jullie bij de peuterspeelzaal?’ Ze keken me raar aan. ‘Nee, hoezo?’                     En ik realiseerde me dat ik echt de enige was geweest.

Allemaal blije ouders van de peuterspeelzaal stonden weer bij het zwembad, genietend van hun kind. Volgens mij was het niemand opgevallen dat ze hun kind voor minstens 15 minuten alleen in het water hadden gelaten. Ik wilde iets tegen ze zeggen: Dat verdrinken zo snel kan gebeuren, hoe laag het water ook is. En dat je altijd voorzichtig moet zijn. Altijd. Maar ik hield mijn mond, bang dat ik veel te boos en verwijtend zou klinken.

Ik fietste naar huis en dacht aan een jaar geleden, hoe ik hoestend en proestend mijn eigen kind uit hetzelfde water heb getrokken omdat ik één minuut niet goed oplette. En eigenlijk, of misschien wel gelukkig, is bij mij de schrik nooit meer weggegaan. Want verdrinken gebeurd razend snel en stilletjes.

 

Kirsten

 

 

 

 

 

     
Ver. 1.3

Seksuele voorlichting

‘Mama, hoe komt er een kindje in jouw buik?’ vraagt mijn zoon van vier.

Ik ben zwanger en denk na. Moet ik dat nu vertellen, hier op de fiets? Mijn hoofd gaat razend snel en ik antwoord: ‘Het is een wonder.’ En ik vind dat ik niet gelogen heb, want het is een wonder. Mijn zoon luistert en vraagt niet door. Ik denk dat hij tevreden is.

Toch blijft deze vraag mij bezig houden, seksuele voorlichting aan kinderen, hoe doe je dat? En op welke leeftijd begin je hiermee?

Ik denk in ieder geval dat als je het op jonge leeftijd verteld, hij of zij er nog geen taboe van maakt en het als iets heel gewoons ziet, eigenlijk zoals alles. En dat vind ik mooi. Juist omdat er in deze wereld vaak zo raar met seksualiteit wordt omgegaan. Maar is seksuele voorlichting aan een vierjarige niet een beetje te enthousiast?

Ik weet nog goed dat ik zelf een jaar of acht was toen mijn ouders het vertelden. Met een piemel naar binnen? Ik kon me er al veel te veel bij voorstellen! En dat iedereen dat ook deed…

Acht jaar vind ik dus te laat. Maar wanneer dan wel? Ik laat het onderwerp voor nu even rusten en wacht tot hij iets ouder is.

Mijn zoon is ondertussen vijf jaar en ik vraag het aan de moeders om mij heen: ‘Hebben jullie al seksuele voorlichting gegeven?’ Ze kijken me aan of ik een beetje gek ben: ‘Zo jong? Natuurlijk niet!’ Maar ik vind het niet raar en koop een boek over seksuele voorlichting voor jonge kinderen. Toch schrik ik ook weer van deze openheid: porno, pijpen, alles wordt heel gewoon uitgelegd. Ik sla het boek dicht en verstop het in de boekenkast. En ik besluit weer te wachten en hoop dat er een teken van onze zoon komt.

Een half jaar later, zie ik dat een zwangerschapsboek die ik had klaargelegd voor een vriendin verdwenen is. Ik roep mijn zoon: ‘Weet jij waar mijn zwangerschapsboek is?’ Een beetje stuntelig haalt hij het boek ergens uit een hoekje en geeft het aan mij. Ik snap direct wat er aan de hand is en ik roep mijn man. Ik vind het namelijk mooier als mijn man het aan hem verteld. En samen gaan zij een kamer in. Ik hoor mijn man de vraag stellen: ‘Hoe zou het komen dat jij zoveel op mij lijkt?’ En hij legt heel simpel het vrijen uit.

Als ik ’s avonds aan mijn zoon vraag waarom hij het boek stiekem had gepakt en het niet gewoon aan mij had gevraagd, antwoordt hij. ‘Ik had het aan je gevraagd, maar je wist het niet. Niemand wist het…’ En ik zie aan zijn gezicht dat hij blij is dat hij het nu weet.

Een paar weken later zitten we weer op de fiets. ‘Mama’, vraagt mijn zoon. ‘Toen jullie gingen vrijen voor Zilver, zijn kleine zusje van 1 jaar, waar was ik toen? En mama, was ik er toen eigenlijk bij?’

‘Nee, daar was je niet bij,’ antwoord ik serieus. Maar in mijzelf moet ik ontzettend lachen: mijn missie is meer dan goed gelukt!

Kirsten

 

     
Ver. 1.3